(81) Het afscheid

Ze was er klaar mee. Ze had al zo lang in haar leven moeten knokken, zo lang moeten vechten tegen die slopende ziekte en tegen het onbegrip van mensen. Ze was er helemaal klaar mee!


Ze was er klaar mee. Ze had al zo lang in haar leven moeten knokken, zo lang moeten vechten tegen die slopende ziekte en tegen het onbegrip van mensen. Ze was er helemaal klaar mee!

Ze had veel geleerd in dit leven. Dat mensen niet konden zien, of niet wilden accepteren hoe ziek zij was en hoe zwaar het was voor haar. De meesten maakten er zich ervan af door te zeggen, dat ze een mooie jonge vrouw was. Die zagen alleen maar de buitenkant. Die zagen niet wie zij werkelijk was.

Ondanks alles had zij tijdens haar leven er alles aan gedaan en uitgehaald wat binnen haar mogelijkheden lag. Ze had er zo hard voor geknokt om het telkens weer voor elkaar te krijgen. Ze had enorm veel geleerd in dit leven.

Meer zat er gewoon niet in. Ze had alles gedaan wat ze kon doen. Ze was klaar!

Ze had afscheid genomen van al haar vrienden en vriendinnen. Die dag was zwaar geweest voor iedereen. Niet alleen voor de vrienden en vriendinnen en voor de familie, maar vooral voor haarzelf. Ze was moe. Zo ontzettend moe!

Ze was klaar met het leven hier op Aarde. Ze was gereed voor de reis. Ze wilde naar die andere kant. Ze wilde beginnen met die reis.

Maar, iets hield haar nog tegen. Ze had nog geen afscheid genomen van haar moeder… en… haar vader. Ze hadden haar nog geen toestemming gegeven om te gaan. Ze konden haar nog niet loslaten.

Zij was zo moe. Ontzettend moe. Ze wilde zo graag op weg. Ze was klaar voor de reis.

Er kwam een moment, dat de vader tegen de moeder zei terwijl hun dochter vredig sliep en toch wel alles leek te horen… Er kwam een moment waarop de vader zei dat hij het goed vond. Dat hij het goed vond wanneer ze ging. Hoe kort of hoe lang het ook nog zou duren. Het was goed zo!

De vader ging naar huis. Hij was in en in moe van het regelen van alle afspraken opdat haar vrienden en vriendinnen afscheid konden nemen. Het was een van de zwaarste taken in zijn leven geweest. Niemand had ook maar enig idee hoe zwaar dat voor hem was geweest en hoe moe hij daardoor was. Zo moe… doodmoe.

En terwijl hij naar huis reed, “kwam” ze bij hem in de auto afscheid van hem nemen. Ze was blij dat ze van hem mocht vertrekken. Ontzettend blij. Ze was klaar met dit leven hier op Aarde. Ze wilde heel graag naar de andere kant waar ze iedereen weer kon ontmoeten. Waar het voor haar een feest zou zijn. Zonder dat zieke lichaam. Zonder al die beperkingen.

Ja, ze kwam van hem afscheid nemen in de auto.

Het was een heel fijn gevoel. Alsof zijn dochter weer letterlijk naast hem zat. Hij kreeg rust… en op dat moment ging ze weg.

De vader werd gebeld om naar het ziekenhuis te komen. Het ging niet goed met haar.

Hij zag zijn dochter in de armen van zijn vrouw. Een in en in bedroefde moeder, met een gebroken hart, omdat haar dochter in haar armen was overleden.

Hij zag een in en in blije dochter in haar armen.

Een dochter die zo blij was, dat ze eindelijk op weg was. Dat ze eindelijk af was van dat lichaam waar ze enorm mee had geworsteld, dat haar zoveel problemen had bezorgd. Dat ze af was van een leven waar weinig mensen haar echt hadden begrepen. Ze was zo blij dat ze alles, maar dan ook echt alles uit dit leven had kunnen halen wat er voor haar mogelijkerwijs in zat… dat het goed was.

Ze was blij, dat ze eindelijk op weg was. Ze is een blije… ziel!

Auteur: Hans Fransen

Stichting Jouw Rouwverwerking