(17) Stand van zaken

Beste Lezers,

Allereerst wens ik jullie een gelukkig en gezond 2014 toe met daarbij ook heel veel plezier.

Ik wil jullie allen bedanken voor jullie reacties naar aanleiding van het artikel in het NRC ( “Business uitrollen – Dat is mijn manier van rouwen” ) van zaterdag 28 december 2013.

Het aantal reacties dat binnen komt  via de site, per post, per telefoon en kanalen als Facebook, LinkedIn, Google+ en Twitter is overweldigend en het houdt gelukkig niet op.

Ook wil ik iedereen bedanken die de site heeft bezocht. In de afgelopen twee weken hebben meer dan 1200 bezoekers de site bezocht. Voor een Stichting die begin december 2013 is gestart vind ik dit een geweldig aantal,

Naar aanleiding van het artikel in het NRC hebben velen gereageerd die aangaven bestuurslid te willen worden, die aan workshops bijdragen willen leveren en die locaties aanboden. Over de, in mijn ogen, belangrijkste groep hebben we het nog niet gehad: de groep mensen die één van de workshops wil volgen.

Persoonlijk ervaar ik dit alles als hartverwarmend; ik dank jullie allen.

Op dit moment ben ik bezig met het samenstellen van het bestuur. Dat klinkt eenvoudig maar dat is het zeker niet. Als het aan mij ligt staat er op 1 februari een voltallig bestuur, maar je weet maar nooit. Het gaat bij de keuze van het bestuur niet alleen om kennis en ervaring, maar ook om de samenstelling van het team en de onderlinge cohesie. Een goed bestuur is belangrijk en over de vorming daarvan zal goed worden nagedacht. En ook degenen die in het bestuur zitting nemen, zullen goed moeten nadenken.

In de loop van de week van 13 januari 2014 ga ik mij richten op de groep die heeft aangegeven te willen samenwerken. Ik kijk ernaar uit om met hen in de nabije toekomst in contact te komen.

Verschillende locaties zijn aangemeld of aangeboden. Er zitten bijzondere locaties tussen, sommige zelfs in het buitenland. Deze laatste categorie biedt weer mogelijkheden om eventueel workshops te combineren met een korte vakantie of andere activiteiten. Tegen het einde van de maand kom ik bij de betrokkenen hier op terug.

Er zijn verzoeken binnen gekomen om (eventueel) mee te doen aan de workshops. Voordat ik echter het eerste workshopprogramma en de locatie vrijgeef, neem ik contact op met degenen die zich op dat moment al hebben aangemeld voor een workshop. Besef dat de aanmeldingen vanuit het hele land komen en het is aan ons om dusdanige plekken te vinden dat reisafstanden voor deelnemers te overzien zijn.

Een zeker niet minder belangrijke groep betreft de mensen die hun steun betuigen. Deze groep bevestigt bij mij het beeld dat de visie van de Stichting aanspreekt. Natuurlijk zijn er gelukkig ook kritische vragen. Ja, jullie lezen het goed … gelukkig … want juist deze vragen houden mij scherp, geven nieuwe invalshoeken en leiden zelfs tot nieuwe benaderingen op het gebied van rouwverwerking. Tot nu toe is gebleken dat de visie en de aanpak van De Stichting de juiste is; toch zullen er wel degelijk in de toekomst momenten zijn waarop één en ander zal dienen te worden aangepast. Dat is niet erg, in tegendeel, het betekent dat de Stichting leeft.

Dat was het tot zover. Aan het einde van elke maand publiceer ik een vervolg.

Mocht je vragen hebben dan kun je mij bereiken (site, e-mail en telefoon).

Met vriendelijke groet,
Hans Fransen

(16) Melancholie en toch ook een beetje genieten

Ik ben zeker niet altijd positief denkend maar merk wel dat ik dit alleen positief kan maken door met iedereen te delen wat ik vind en denk. Dat is het enige wat telt op het einde van de dag. Je moet zelf door, en met je zelf door. Dat kan alleen als je het goede van dingen inziet. Dus ook van het verliezen van iemand; het betekent namelijk dat je het voorrecht hebt gehad deze persoon te mogen kennen en dat is heel kostbaar.

Dit keer een bijdrage van één van de lezers.

“Allereerst denk ik dat er 2 vormen van rouwen zijn.

Preventief rouwen omdat je weet dat je iemand, iets of een situatie gaat verliezen. Om welke reden dan ook. Bij personen vaak door ziekte, of aandoeningen waarbij de persoon je niet meer herkent, door zelfverwaarlozing of door plannen voor zelfdoding. Al deze aspecten heb ik langs zien komen.

De tweede vorm van rouwen is natuurlijk het rouwen om het plots verliezen van iemand of iets en ook van een situatie. De onverwachte verandering en het opeens wegvallen van iemand of iets wat je dierbaar was. Ik benoem ze allebei omdat ze zich bij mij heel anders manifesteren.

Bij preventief rouwen ben je langzaamaan bezig met afscheid nemen. Soms heel actief, door een plaats of een persoon herhaaldelijk te bezoeken, zoveel mogelijk positieve herinneringen te creëren voor de toekomst, door te praten, te lachen, te huilen en daar te zijn waar het gemis zich later voor zal doen. Soms ook heel inactief, de plaats of persoon te ontlopen, niet onder ogen willen zien wat er gaat komen, er “overheen” te leven. In je hoofd al wel afscheid nemen zodat je straks minder verdriet zal hebben.

Maar waar het bij mij altijd op neer komt is de over-aanwezige melancholie. Alles vergaat, niets is voor altijd. Dit weet ik heel goed en toch wil ik het niet waar-hebben. Sommige mensen horen altijd te bestaan. Zo was de dood van Nelson Mandela ook een totaal onwerkelijk iets voor mij. Daar heb ik niet om gehuild, dus dit wil ik ook niet als voorbeeld gebruiken, maar het feit dat een icoon toch een persoon is met een ‘houdbaarheidsdatum’ is toch gek.

Maar-goed, de melancholie die heerst; het herinneren aan de mooie tijden (gek genoeg verwerp ik altijd de slechte of mindere tijden als iemand gegaan is), het jezelf voorhouden dat je meer had kunnen doen, beter had kunnen zorgen, vaker had kunnen bellen of langs gaan, beter had moeten luisteren en wellicht iets had kunnen opvangen. Jezelf de schuld geven van het feit dat de ander er niet meer is en daar dan weer mee worstelen. We zijn toch immers helemaal niks vergeleken met het gigantische universum? Hoe kan zo’n klein nietig mensje nou zo veel emoties hebben en zo vast willen houden aan een persoon? Terwijl, als je ziet hoe klein de kans is dat wij überhaupt bestaan, is het een wonder dat wij hier zijn en daarmee ook begrijpelijk dat we er zo veel om geven.

Wat het zwaarst weegt is dat het onomkeerbaar is. Je verliest wel eens mensen uit het oog en sommige mensen verdwijnen uit je leven, maar leven dan zonder jou verder. Op het moment dat iemand overleden is, is het niet meer terug te draaien. En toch leeft in je hoofd die persoon voort. Denk je aan diegene, op zoveel verschillende en specifieke momenten, hoor je diegene iets zeggen (in je hoofd) op een moment waarop dat zou passen. Dan hou je zo van die persoon en ben je zo blij dat je tijd met die persoon hebt gedeeld. En ben je verdrietig omdat de persoon er zelf niet meer is. Het is een spel tussen accepteren en begrijpen dat alles tot een eind komt en het leven geen eerlijke spelregels kent maar gewoon zo is, en het willen vasthouden, eigen maken en nooit meer laten gaan van iemand (of iets) omdat we allemaal een ego hebben.

Persoonlijk ga ik er het beste mee om door na te genieten van wat er was. Door hardop te zeggen dat ik van diegene houd. Door hardop dank je wel te zeggen. Door als ik de zon zie en aan diegene denk de lucht te kussen en de kus richting zon te blazen. Door heel hard te huilen en tegelijkertijd heel hard muziek te luisteren en daarop te bewegen. Dansen kan ik het niet noemen maar fysiek dat doen wat nodig is om mijn hoofd weer rustig te krijgen. En vooral door steeds vaker ‘dank je wel’ ‘fijn dat je er bent’ en ‘ik hou van je’ te zeggen in plaats van het te denken. Want ooit komt de dag dat iedereen die ik lief heb niet meer bij mij is. En dat is een treurig vooruitzicht.

Dit kan ik alleen positief maken door te delen met iedereen wat ik vind en denk. En ik ben zeker niet altijd positief denkend maar merk wel dat dat het enige is wat telt op het einde van de dag. Je moet zelf door, en met je zelf door. Dat kan alleen als je het goede van dingen inziet. Dus ook van het verliezen van iemand; het betekent namelijk dat je het voorrecht hebt gehad deze persoon te mogen kennen en dat is heel kostbaar.”

[signoff]

(15) Dit is mijn manier van rouwen

Gijsbert van Es plaatst elke week in het NRC een bijdrage getiteld “Het Nabestaan.” In zijn bijdrage schrijft hij niet zozeer over de emotionele fasen die ieder mens doormaakt na een indringend verlies (zoals ontkenning, soms opluchting, depressie, acceptatie), maar vooral over ‘hoe het leven feitelijk verder ging’. In principe schetst hij met zijn artikelen hoe mensen uiteindelijk weer de draad oppakken.

Een paar weken geleden heeft hij mij geïnterviewd hetgeen op 28 december 2013 is gepubliceerd. Het interview kan je hier lezen of door te clicken op het onderstaande plaatje.
PDF NRC

(14) Verschillende standpunten

Een verlies en verdriet dat voor anderen niet zichtbaar is. Een verlies dat voor jouw emotioneel “zwaar weer” kan betekenen en dat je jaren lang kan beïnvloeden.

Het gaat dit keer niet over de verwerking van jouw rouw omdat je iemand hebt verloren die je dierbaar was. Het gaat ook niet over de verwerking van jouw verdriet vanwege een scheiding. Nee, daar gaat allemaal niet over. Het gaat over een andere vorm van verlies. Een verlies en verdriet dat voor anderen niet zichtbaar is. Een verlies dat voor jou emotioneel “zwaar weer” kan betekenen en dat je jarenlang kan beïnvloeden.

Het gaat over een vorm van verlies die op jou een grote invloed kan hebben. En wanneer je probeert dit aan een ander uit te leggen of met hem te bespreken dan heeft die ander geen idee waar het over gaat.

Ik neem aan dat je je nu afvraagt waar het echt over gaat en ik hoop dan ook dat je verder leest.

Een voorbeeld ter verduidelijking.

Toen onze kinderen waren geboren, eerst onze dochter en later onze zoon, werd door de kinderarts vastgesteld dat zij leden aan Cystic Fibrosis ook wel taaislijmziekte genoemd. Mijn echtgenote was er diep in haar hart echter van overtuigd dat de diagnose bij onze zoon niet correct was. Zij stopte met haar baan, wat haar aan het hart ging want ze hield van haar werk als kleuterleidster, om thuis haar kinderen dagelijks te behandelen. Ze werden samen in dezelfde kamer behandeld toen ze ouder werden terwijl mijn echtgenote verhaaltjes voorlas en ze regelmatig spelletjes en andere leuke dingen met elkaar deden. De behandeling vond twee keer per dag plaats en nam veel tijd in beslag; onze kinderen en mijn echtgenote vormden een hechte groep.

Ons gezin was bekend in het ziekenhuis. We kwamen gemiddeld een keer per maand op de poli voor controle. Onze kinderarts ging met pensioen en degene die hem opvolgde, wilde ons gezin beter leren kennen. Tijdens het gesprek gaf mijn echtgenote opnieuw aan dat ze twijfelde aan de diagnose voor onze zoon. Beide kinderen werden opnieuw getest en de uitkomst bevestigde het gevoel van mijn echtgenote. Het testresultaat van onze zoon was OK en je kunt je wel voorstellen dat we aan de ene kant ontzettend blij waren en aan de anderen in en in verdrietig omdat de diagnose voor onze dochter werd bevestigd. We zouden met de behandeling van onze zoon onmiddellijk kunnen stoppen, maar ik besloot om de behandeling langzaam af te bouwen. De kinderarts was het hier volledig mee eens.

Mijn echtgenote ging door met de behandeling van onze dochter terwijl onze zoon in dezelfde kamer speelde en ook naar de verhaaltjes van zijn moeder luisterde.

Zo’n 15 jaar later, enige tijd na het overlijden van onze dochter, spraken over het voorgaande met onze zoon en we waren geschokt van zijn reactie. Onze zoon was al die tijd boos op mij geweest omdat ik destijds besloten had om te stoppen met zijn behandeling. Alhoewel hij in dezelfde kamer was wanneer mijn echtgenote onze dochter behandelde, was hij van mening dat hij niet dezelfde aandacht kreeg.

Gedurende die 15 jaar was onze dochter altijd in onze gedachte. Gedurende al die jaren waren we bang dat het het laatste jaar van haar leven zou kunnen zijn. Onze zoon was OK, hij had niet die enorme aandacht nodig die onze dochter nodig had. Het duurde een behoorlijke tijd om te beseffen wat de invloed daarvan was geweest op onze zoon. Stel je voor, over een periode van zo’n 15 jaar was hij boos op mij geweest dat ik de beslissing had genomen dat hij niet meer behandeld hoefde te worden waardoor hij minder aandacht kreeg. Terwijl wij juist zo blij waren omdat mijn echtgenote vanaf het begin wist dat onze zoon gezond was, zelfs zeer gezond was. Maar stel je ook de mogelijkheden voor die we daardoor met z’n allen hebben gemist.

Hier staan we dan, een gezin van vier personen. Een dochter die elke dag moet worden behandeld en die weet dat ze niet lang zal leven. Dat ze anders is dan andere kinderen van haar leeftijd. Ik neem aan dat ik niet hoef uit te leggen wat dat voor haar heeft betekend. Een zoon die kwaad op mij is omdat hij naar zijn mening minder aandacht heeft gekregen omdat ik de beslissing nam om zijn behandeling te stoppen. Tijdens zijn pubertijd verbeterde de relatie met zijn moeder op een geweldige wijze. En naar mij, in een noten dop, ik was gewoon de “bad guy.” Een moeder die aan de ene kant enorm blij was dat haar zoon gezond was en tegelijkertijd in en in verdrietig omdat ieder jaar het laatste zou kunnen zijn van haar dochter. Een vader die veel op reis was en thuis mee hielp wanneer hij ook maar even kon. De rekeningen voor de behandeling van zijn dochter waren enorm en zijn grootste angst was om zijn baan te verliezen; reden waarom hij probeerde de beste in zijn vak te worden.

Hier staan we dan, een gezin van vier personen; vier personen die nauw met elkaar samenleefden en slechte en heel goede tijden met elkaar beleefden; die voor elkaar zorgden en met elkaar communiceerden, maar niet de echte vragen stelden en niet de echte problemen ter tafel brachten.

Hier staan we dan, een gezin van drie personen; drie personen die op de een of andere manier het verlies van hun dochter en een zus probeerden te verwerken. Die eindelijk met elkaar praatten en langzaam begonnen te begrijpen wat er echt was gebeurd, wat ze allemaal hadden kunnen doen en hadden moeten doen.

Hier staan we dan, een gezin van twee personen; twee personen die het verlies van een moeder en een zus, een dochter en een echtgenote proberen te verwerken. Die eindelijk begrijpen welke vragen hadden moeten worden gesteld en wat ze allemaal hadden moeten doen. Zo veel gemiste kansen.

Beste Lezer, ik heb maar één voorbeeld gegeven en ik weet dat mijn gezin niet het enige gezin is dat met een dergelijk verlies heeft te maken. Er zijn veel, heel veel gezinnen die een vergelijkbare situatie meemaken en bewust of onbewust proberen te overleven. Mijn vraag aan jou is om naar ieder gezinslid te kijken en jezelf af te vragen of je van elkaar echt alle gevoelens en problemen kent en begrijpt. Mijn volgende vraag aan jou is of je jezelf in de positie van de ander wil plaatsen en jezelf dezelfde vragen op nieuw te stellen.

Beste Lezer, maak niet dezelfde fout als ik en stel die vragen. Doe dat alsjeblieft en vergelijk dan elkaars resultaten en luister naar elkaar. Het is een uitstekende manier om elkaar te leren kennen en elkaars standpunt te leren begrijpen. Het is een goede manier om een gezond fundament te maken voor de beslissingen in je gezin. Op deze manier kan je een verlies voorkomen dat voor jou emotioneel “zwaar weer” kan betekenen en dat je jaren lang kan beïnvloeden. Het is je moeite en inzet meer dan waard.

(13) Niets blijft, alles gaat voorbij.

Het is onvermijdelijk alles veranderd.

In 2009 liep ik de voettocht van Zuid Frankrijk naar Santiago de Compostella in Spanje, bekend als “Camino de Santiago”. Een tocht van 900 km. Eén van de dingen die mij raakten, was de kleur van de aarde die, terwijl ik liep, veranderde onder mijn voeten: van rood naar bruin, naar grijs, naar geel en alle tinten daartussen in. Ook de omgeving veranderde, het ene moment liep ik tussen de wijnranken, het andere door de graanvelden om vervolgens ineens door een klein authentiek dorp of door het industriegebied van een grote stad te lopen. Zelfs als ik stil zat was alles aan verandering onderhevig: het zonlicht, de wind, voorbijgangers, gedachten, niets bleef.

Het is onvermijdelijk, alles verandert.

Zo is het ook met rouw, rouw is geen dag het zelfde, rouw verandert continu van kleur en intensiteit. Het ene moment denk je dat het nooit meer goed komt en het andere moment voel je je sterk en geloof je in een betere toekomst. Het ene moment ben je niet te troosten en het andere moment droom je weg bij een mooie herinnering.

Tijdens de voettocht naar Santiago de Compostella ontmoette ik een Duitse zanger. Hij zong voor mij: “Nichts bleibt, nichts bleibt, alles geht” (niets blijft, niets blijft, alles gaat voorbij).

Die woorden ben ik nooit meer vergeten, als ik me even wat minder voel dan komen ze boven en geven ze me troost en vertrouwen. Het blijft niet zo zeggen ze mij, er komen vanzelf weer betere tijden.

In het begin van mijn rouw leek het wel of ik in de bergen liep, het ene moment zat ik in het dal en het volgende zat ik op de top. Ik voelde me als aangeschoten wild.

Het bleef niet zo, de dalen werden minder diep en de toppen minder hoog. Nu loop ik in het zonnetje door een prachtig glooiend landschap. En als het dan toch een keertje regent, vind ik dat niet erg want ik weet dat morgen de zon weer schijnt.

Niets blijft, alles gaat voorbij.
Ook jouw rouw.