(35) Wat is erger?

Rouw bij dood en rouw bij scheiding; er wordt nogal eens gesproken over wat erger is. Waarschijnlijk vindt iedereen zijn eigen rouw het ergst.

Rouw bij dood en rouw bij scheiding; er wordt nogal eens gesproken over wat erger is. Waarschijnlijk vindt iedereen zijn eigen rouw het ergst.

Rouw bij dood is verschrikkelijk: er is je een dierbare ontnomen; dat is heel definitief. Afhankelijk van de kwaliteit van de relatie is het rouwproces lastiger. Bij een slechte of problematische relatie is het rouwproces, hoe gek dat misschien ook klinkt, vaak heftiger, rauwer. Er kunnen schuldgevoelens de kop opsteken, want misschien komt de dood wel als een oplossing of als een opluchting. Ook kunnen er heftige gevoelens van wanhoop en verslagenheid optreden. Nu weet je immers zeker, dat het nooit meer goed komt.

Ook een scheiding doet pijn; heel erge pijn. Je trouwt niet met het idee ooit weer uit elkaar te gaan, behalve dan op het moment dat de dood jullie scheidt. De (ex)partner leeft weliswaar nog, maar dat maakt het wellicht nog rauwer: dat machteloze van wel willen, maar niet kunnen; dat machteloze van een verloren strijd; elkaar niet kunnen bereiken. Hoe krijg je iemand, die nog ergens rondloopt, uit je systeem?
En er is nog iets bij scheiding: het gaat ook over jou. Je hebt gefaald! Je bent, door wat voor omstandigheden dan ook, niet in staat gebleken dit te laten werken en je beloften te houden.
En natuurlijk kan ook bij scheiding een gevoel van opluchting en bevrijding optreden. Maar het blijft, ook dan, over jou gaan.

Wat ik geleerd heb is dat het belangrijk is om dat deel, dat deel dat over jezelf gaat, te onderzoeken en te duiden en dit vooral te doen voor je een nieuwe relatie aangaat. Ook in het geval dat het ogenschijnlijk alleen maar aan die ander lag, heeft het iets met je gedaan. Je kunt van gif nectar maken, je kunt er sterker uitkomen. Dat kost tijd en dat kost inzet, maar het is zeer de moeite waard. Je moet wel de moed hebben om de rouw, en dan maakt het niet uit of die is veroorzaakt door dood of door scheiding, helemaal te doorvoelen.

(31) De misdaad….

Op een kwade dag in 2000 heb ik driemaal dezelfde misdaad moeten begaan.  ’s Morgens vroeg, het is nog vakantie en iedereen ligt nog in bed, gaat de bel. Een akelig voorgevoel bekruipt mij; eigenlijk weet ik al wie het is en wat de boodschap is.

Op een kwade dag in 2000 heb ik driemaal dezelfde misdaad moeten begaan.  ’s Morgens vroeg, het is nog vakantie en iedereen ligt nog in bed, gaat de bel. Een akelig voorgevoel bekruipt mij; eigenlijk weet ik al wie het is en wat de boodschap is.

Mijn zesde zintuig blijkt mij niet te beduvelen. Het is de nieuwe vriendin van mijn ex-man met de mededeling dat hij die nacht om 05.00 uur is overleden.  Boven in bed liggen mijn, onze, drie kinderen. Ik moet hun nu dus gaan vertellen dat hun vader er niet meer is. Hoe doe je dat? Kun je zoiets überhaupt goed aanpakken?
We besluiten ze uit bed te halen en ze het verschrikkelijke nieuws alle drie tegelijk te vertellen…. Ik ga eerst naar de kamer van mijn dochter, klop en op haar ‘ja’ doe ik de deur open. Ze ligt te lezen. Ik vraag of ze naar beneden komt. “Wat is er?” is haar wedervraag; “zeg het nou maar .….” Dertien jaar oud; ook zij wist wat ik haar ging vertellen. Dan moet het hoge woord er maar uit. Als ik haar vertel wat er is gebeurd, begint ze te huilen en roept “Nee, o, nee….!” Wat moet ik doen? Wat ik ook doe, ik doe het niet goed; ik kan het niet goed doen.
Ik had natuurlijk de tijd moeten nemen; bij haar op bed moeten gaan zitten; haar moeten troosten. Maar ik, ik was zo verward en zo bezig met het feit dat ik deze misdaad, je kind vertellen dat pappie er niet meer is, nog tweemaal moest plegen, dat ik dat niet heb gedaan.
De jongens moesten het ook nog weten.

En dan het vervolg. Hoe begeleid je kinderen in een rouwproces dat niet het jouwe is? Ik had mijn rouwproces al gehad in aanloop naar en na de scheiding. Hoe begeleid je kinderen überhaupt in een rouwproces? Hoe begeleid je ze in dit specifieke geval: een rouwproces dat soms ook gevoelens van opluchting kende, omdat het hier ging om een vader met een alcoholverslaving, een vader die schold en hun het leven niet makkelijk maakte?

Puur op intuïtie heb ik gehandeld die eerste maanden. Hun vader was dood, maar we zouden hem niet doodzwijgen. We zouden er ook geen “over-de-doden-niets-dan-goeds-gebeuren” van gaan maken. Het ging hier om een mens met hele goede en hele nare kanten en die kanten zouden we blijven benoemen.
Iedere avond tijdens het eten spraken we over hem; of ze die dag aan hem hadden gedacht. Ze noemden dan een fijne en een minder fijne gedachte. Op een gegeven moment gaven ze zelf aan dat het niet meer nodig was.

Vaak heb ik mij afgevraagd of ik het wel goed heb gedaan zo. Vaak hebben we het nog gehad over de wijze waarop je dit vreselijke nieuws aan je kinderen vertelt; over de manier waarop ik het had gedaan. Telkens weer kwamen we tot de conclusie dat er geen manier is voor een van de verschrikkelijkste dingen die je als ouder je kind aan kunt doen.

Inmiddels weet ik gelukkig wel dat we het goed hebben gedaan, op onze manier.