(38) T/Be-Rouwen

Wat is onze Nederlandse taal toch inspirerend. Zo kan ik tijdens een nachtelijk aanvalletje van slapeloosheid enorm genieten van mijn gedachte dat het werkwoord ‘rouwen’ als mogelijke afgeleiden de woorden ‘trouwen’ en ‘berouwen’ met zich meesleept.

Wat is onze Nederlandse taal toch inspirerend. Zo kan ik tijdens een nachtelijk aanvalletje van slapeloosheid enorm genieten van de gedachte dat het werkwoord ‘rouwen’ als mogelijke afgeleiden de woorden ‘trouwen’ en ‘berouwen’ met zich meesleept.

Dat hebben de Engelsen, Fransen en Duitsers toch maar mooi niet.

To marry, mourn & regret lijken geen familie van elkaar te zijn, net zo min als se marier, ȇtre en deuil & regretter of heiraten, trauern & reuen. Nee, dan onze woorden!

Want liggen ze soms niet in elkaars verlengde, trouw, berouw en rouw? Vat dat het leven niet op een fantasievolle manier samen?

En zo vliegen mijn slapeloze uurtjes voorbij. Lang leve de vrije associatie. Eerst probeer ik de begrippen zo nauwkeurig te definiëren:

  • ‘trouwen’ : een verbintenis aangaan, zo mogelijk voor het leven, in alle eerlijkheid en wederzijdse verplichtingen respecterend.
  • ‘berouwen’ : ergens spijt van hebben; iets wat je indien mogelijk ongedaan wilt maken of iets waarvan je je voorneemt dat het niet opnieuw mag gebeuren.
  • ‘rouwen’: het voelen van droefheid en smart, het ervaren van innerlijke pijn en leegte.

Het is niet moeilijk om van deze nachtelijke gedachten een kort essay te maken, uit het niets rijgen de woorden zich aan een.

Er was eens een vrouw. Een deugdelijke jaren’50-vrouw die haar vader in de Tweede Wereldoorlog was verloren in de slag om de Java Zee. Zijn lichaam werd nooit gevonden. Begin jaren ’50 lachte het geluk haar weer toe. Ze trouwde en na enige jaren hadden zij en haar man een wederopbouwgezinnetje gesticht. Alles verliep volgens de toen geldende opvatting van Rust, Reinheid en Regelmaat. De vrouw zorgde voor de reinheid door op vaste dagen vaste huishoudelijke taken te verrichten, regelmaat werd bepaald door school-, werk- en kerktijden en de man zorgde mede voor rust door het loon dat hij verdiende.

Tot zover was alles pais en vree. Maar helaas veranderde het scenario in de loop der jaren, zoals bij zoveel gezinnetjes. De man maakte carriѐre en kreeg een krul in zijn neus dankzij jonge aantrekkelijke medewerksters, de kinderen verlieten het ouderlijk huis en de vrouw probeerde voor zichzelf een nieuwe invulling van haar bestaan te vinden.

Maar helaas was het berouw-zaadje al bij haar gezaaid.  De ene ‘als-dan’-fantasie wisselde met de volgende, en de volgende, en zo ging dat maar door. De man nam de onrust in haar hoofd niet weg, hij had het druk met zijn eigen invullingen. Net op het moment dat de vrouw dacht dat het maar beter was om te scheiden sloeg het noodlot toe. Ze werd ziek, ernstig ziek. Haar nieuwe metgezel heette Kanker.

Ze bezag haar nieuwe situatie dapper en accepteerde zware behandelingen. Helaas bracht dat haar niet dichter bij haar man. Hij moest niets hebben van de beschadigde vrouw. En toen rijpte er in haar hoofd een plannetje. De energie om de houding van haar man te bevechten ontbrak. Hun relatie zou niet meer goed komen. In haar eenzaamheid rouwde ze over haar leven dat ooit hoopvol, maar nu hopeloos was. Haar moeder en dochters boden ontegenzeggelijk steun maar woonden op honderden kilometers afstand. De vrouw had dus alle tijd om alleen te zijn met haar vereffenings-gedachten.

En zo kwam, na jaren van eenzaamheid en lijden, de dag dat zij naar eigen regie werd gecremeerd en de notaris haar testament openbaar maakte.

Het leek op een bokswedstrijd tussen de vrouw en haar man. De vrouw won, niet op punten maar met een knock out. De strijd was beslecht.

Toch is het verhaal hier niet mee afgelopen. Want wat had het voor consequenties voor de nabestaanden? Wraak over het graf….  Het lijkt misschien soms gerechtvaardigd, maar is het niet beter zelf in alle openheid schoon schip te maken en kwesties uit te spreken voordat je de laatste adem uitblaast?

Als ik na een kortere nachtrust dan gewoonlijk bij een eerste kopje koffie de essays van Montaigne erop na lees, treft mij de volgende passage: “Ik heb meegemaakt hoe een aantal van mijn tijdgenoten, omdat hun geweten knaagde, bij testament besloten andermans goederen ( …….) terug te geven na hun dood. Maar als je een urgente zaak zo op de lange baan schuift en het onrecht dat je hebt begaan weer goed wilt maken zonder er zelf iets bij in te schieten, ben je wel erg op een koopje uit. (….) Boete doen betekent lasten op je nemen.  Maar wie er tot zijn uiterste wilsbeschikking mee wacht de ander te laten weten dat hij hem een kwaad hart toedraagt en dat zijn hele leven heeft verhuld, handelt nog kwalijker. Door degene die hij kwetst gebeten te maken op zijn nagedachtenis, laat zo iemand zien dat hem weinig is gelegen aan zijn eigen eer, (…..) want hij heeft zijn rancune zelfs niet uit ontzag voor de dood willen begraven, zodat die hem nu overleeft. Wie het vonnis uitstelt tot het uur dat hij geen weet meer heeft van de zaak, is een onbillijke rechter.”

Zo, daar heeft Michel de Montaigne weer een duidelijk doordachte mening over! Daar kunnen we ons voordeel mee doen, mochten we ooit in zo’n hachelijke situatie terecht komen.

Schoon schip maken, in alle reinheid, rust en regelmaat, ook als we op ons eindje afkoersen.  Waarschijnlijk met dank van onze nabestaanden.

Gaarne uw reactie.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.