(34) Cicero zei: ’t zit zo’

Volgens Cicero, de Romeinse politicus en redenaar, was filosoferen niets anders dan je voorbereiden op de dood. Tijdens zijn tijd van leven (106 – 43 voor  Christus) hield de dood de mens net zo bezig als de mensen van nu. De oude Romeinen blogten niet, maar reken maar dat ze zich er in correspondenties en geschriften mee bezig hielden!

Volgens Cicero, de Romeinse politicus en redenaar, was filosoferen niets anders dan je voorbereiden op de dood. Tijdens zijn tijd van leven (106 – 43 voor  Christus) hield de dood de mens net zo bezig als de mensen van nu. De oude Romeinen blogten niet, maar reken maar dat ze zich er in correspondenties en geschriften mee bezig hielden!

In Tusculanae disputationes behandelt Cicero met stoïcijnse inslag onderwerpen als het verdragen van pijn, het omgaan met tegenslagen en het misprijzen van de dood. Nu geef ik meteen toe dat ik dat boek niet zelf heb doorgeworsteld. De door mij al eerder genoemde Michel de Montaigne nam die moeite in de 16e eeuw op zich. En nu lees ik er over in de prachtige essays van Montaigne. Het vertedert mij een beetje. Het idee dat al die grote jongens van vroeger, als ze in onze tijd hadden geleefd, best collega-bloggers hadden kunnen zijn op www.jouwrouwverwerking.nl .

Want hier staat het ons vrij te filosoferen over de dood, die wij kennen als onvermijdelijk aanstaand of als voldongen feit.

Mijn kleindochter van bijna vier raakt stapje-voor-stapje haar peuterzorgeloosheid kwijt. Ze moet sinds een jaar of twee haar papa en mama delen met een jonger zusje en binnenkort komt daar nog een derde aandachtkapertje bij. Ze heeft al eens een kinderruzietje op de creche meegemaakt. Ze gaat binnenkort naar de basisschool. Ze weet inmiddels dat opa’s en oma’s wel eens in ziekenhuizen liggen. En ja, ze weet ook dat ‘dood’ bestaat.

Gelukkig is die dood voor haar nog behoorlijk abstract. Het lieveheersbeestje op de vensterbank is dood, want het beweegt niet meer. En als de batterij van haar K3-speelgoedmicrofoontje leeg is, dan is dat stuk.

Triomfantelijk liep ze van de week op me af. “Oma, weet je…..  dood….  dat is gewoon stuk!!!” Ze had het voor zichzelf uitgeknobbeld. Ze snapte het. Ik kon niet anders dan beamen, ze had gelijk. En toen kwam het verhaal. De opa van een kindje op de creche was overleden en kennelijk hadden de kindjes daar met elkaar over gesproken. De theorie van Cicero gold ook voor vierjarigen! Je kan niet jong genoeg met de voorbereiding op de dood beginnen.

Even later klonk het vrolijk uit de speelhoek in de woonkamer: “Oma, jij gaat later ook stuk he?” En dan ben je dood, he?”  Verdorie, ze had alweer gelijk, maar moest dat nou zo opgewekt?

Ineens moest ik verschrikkelijk lachen. Waar ging dit over? Ging ik mezelf nu ineens zielig vinden?  Mooi niet!!! Waren veel wijsgerige opvattingen het er niet over eens dat we toch vooral op aarde waren om te genieten, juist ter voorbereiding op de eeuwige rust? Mijn kleine meid kende nog geen angst voor toekomst of dood. En ik, die deze angst wel degelijk zou kunnen hebben, besloot er maling aan te hebben.

Het zonnetje scheen. Een nog lang niet ‘stukke’ oma nam haar twee kleindochtertjes eens lekker mee naar buiten. Eerst eendjes voeren en dan een ijsje eten.

Zouden de meisjes misschien, over een hele lange tijd, nog eens tegen elkaar zeggen: “Hee, weet je nog…..  van oma …..  oma die nu stuk is…… met oma gingen we eendjes voeren en ijsjes eten! Leuk was dat, he?”  En zo hoort het ook.

Gaarne uw reactie.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.