(26) Te goeder trouw

Hoe eerder we leren dat verdriet en pijn onlosmakelijk bij het leven horen, dat er niets anders op zit dan diep adem te halen en onze schouders er weer onder te zetten, hoe beter we met het leven om kunnen gaan.

Er zijn twee boeken die mij na aan het hart liggen. Als ik niet wars van religie was dan zou ik ze mijn bijbels kunnen noemen.  De boeken bieden hun lezer een, van opsmuk ontdane, kijk op het leven en lijken me te zeggen: ‘zo is het, niet meer en niet minder, en laten we vooral niet te moeilijk doen’. Een visie die wonderwel aansluit bij mijn eigen motto : ‘ik ben wie ik ben en anders kan ik niet zijn’.

Laat ik u van uw vraagtekens verlossen. Het gaat om De Essays van Michel de Montaigne, geschreven tussen 1571 en 1592 (maar nog steeds bijzonder actueel) en een boek met de intrigerende titel ‘Het grijze schrift’ van Josep Pla, dat ontstond tussen 1918 en 1920.

Beide schrijvers delen een groot vermogen om te observeren en te relativeren zonder ons te willen beleren.

In zijn voorwoord schrijft Michel de Montaigne (en ik citeer): “Dit boek, lezer, is er een te goeder trouw. …. Het is slechts bestemd voor mijn vrienden en verwanten: als ik hun ben ontvallen (en dat zal weldra het geval zijn), kunnen zij er iets van mijn aard en mijn stemmingen in terugvinden en aldus de herinnering aan mij levend houden. …… Ik wil dat men mij ziet in mijn eenvoud, gewoon zoals ik ben, ongedwongen en zonder opsmuk. ….. Hier zullen zowel mijn gebreken als mijn natuurlijke gedaante onverbloemd worden weergegeven, voorzover het fatsoen mij dit toestaat. ….. Dus, lezer, ik vorm zelf de stof van mijn boek; u zou wel gek zijn uw tijd te verdoen met een zo frivool en ijdel onderwerp. Vaarwel dus.” Hierna volgt in ruim 1400 (!!) bladzijden een reeks van gedachten over het Zijn.

Josep Pla beschrijft in dagboekvorm hoe hij zijn leven ervaart in Catalonië. De recensent van Le Monde verwoordde het zo: “Zijn universele geest heeft zich gevoed met de humus van zijn kleine dorpje.”  En met de tekst van de uitgever, op de achterflap van het boek, kan ik het alleen maar eens zijn: “In dit ogenschijnlijk zo nonchalant geschreven boek condenseert Pla met superieure ironie de volle, alles doordringende grijsheid van het dagelijks bestaan.  Het is een collage van choses vues….”

Waarom wil ik dit nu met u delen? Wat heeft het te maken met rouw en rouwverwerking? De verklaring valt u misschien wat rauw op het dak.

In mijn leven heb ik al heel wat keren afscheid moeten nemen. Niet alleen omdat de dood mij scheidde van een geliefde. Ook omstandigheden kunnen leiden tot verlies, zo zal ieder mens wel wat nog levende ‘doden’ kennen. Hoe dan ook, al deze ervaringen hebben mij al op jonge leeftijd doen inzien dat we de dingen niet groter moeten maken dan ze zijn. Zoals ik mijn driejarige kleindochter nu al leer als ze een kinderverdrietje heeft: “het geeft niet, het hoort erbij”. Het is niet anders.

Hoe eerder we leren dat verdriet en pijn onlosmakelijk bij het leven horen, dat er niets anders op zit dan diep adem te halen en onze schouders er weer onder te zetten, hoe beter we met het leven om kunnen gaan. Natuurlijk blijft er in deze visie ruimte voor mededogen, troost geven of ontvangen; het zijn de zalfjes voor onze ziel. Maar wat wij, degenen die nog midden in het Zijn verkeren, vooral moeten zien te voorkomen is ten prooi te vallen aan zelfmedelijden, het zoeken van gewillige oren om ons beklag te kunnen doen en – dat is het ergste wat je kan overkomen – te blijven hangen in een groef van eeuwige zieligheid.

De wetenschap weet het allang: uiteindelijk zal de aardse bacteriekolonie als enige overleven, in zalige onwetendheid van onze dagelijkse sores.

Daarom is het nog niet zo gek om van elke dag een feestje te maken. Een klein ieniemieniefeestje is al genoeg. Doe als Pla en Montaigne; observeer met een knipoog, open je ogen en geniet van de eerste vlinder in de tuin. Richt je blik op het zonnestraaltje dat langs het donkere gordijn je kamer binnen piept en laat dat je dag en je hart verwarmen.

Oef, nu krijgt deze column toch nog iets belerends. Dat is niet de bedoeling. Laat ik afronden met iets wat mij vanochtend overkwam. Ik wilde een ansichtkaart weggooien die al jaren in mijn keuken stond vanwege de mooie kleurige tekening op de voorkant.  Voordat de kaart in de afvalbak verdween bekeek ik ‘m nog een keer.

Er bleek in de tekening een tekstje te staan, ik zag het voor het eerst.  “Niet getreurd of somber gedacht, later heb je niet voor niets gewacht.”  De tekening laat een kat zien die op een aanrecht zit en verlangend kijkt naar de grote vis die op het bord van zijn baasje ligt.

Ik wens u allen een prachtige lente toe!

Gaarne uw reactie.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.